
Het Centrum voor Genetische Bronnen, Nederland (CGN) voert namens de Nederlandse overheid wettelijke onderzoekstaken (WOT) uit die verband houden met de genetische diversiteit en identiteit van soorten die van belang zijn voor de landbouw en bosbouw. Het CGN is een onafhankelijke onderzoekseenheid binnen de Stichting DLO die de overheid ondersteunt bij de uitvoering van wet- en regelgeving. De betrouwbare en onafhankelijke uitvoering van deze taken wordt gewaarborgd door het WOT-statuut.
Het CGN is verantwoordelijk voor de uitvoering van het programma genetische bronnen. Dit programma richt zich op het ex situ behoud, ondersteuning van het in situ behoud, en de stimulering van het gebruik van genetisch uitgangsmateriaal ten behoeve van veredeling en onderzoek, en als onderdeel van ons bio-cultureel erfgoed. Dit betreft zowel gewassen als landbouwhuisdieren. Het plantaardige deel heeft een uitgebreide Engelstalige web-site. Het CGN-dier heeft een Engels en Nederlandstalige web-site.
Tevens voert het CGN projectopdrachten van de Nederlandse overheid en van derden uit op bovengenoemde terreinen, zowel nationaal als in Europees en mondiaal verband.
Programma Genetische Bronnen
Genetische diversiteit is noodzakelijk voor aanpassing van onze landbouwgewassen en -huisdieren aan nieuwe ziektes, veranderende productie methoden (biologische landbouw), een veranderend klimaat of nieuwe wensen van de consument. Deze genetische diversiteit die in de landbouwpraktijk van vele eeuwen tot stand is gekomen gaat wereldwijd sterk achteruit. Genetische erosie vormt een belangrijke bedreiging van de toekomstige wereldvoedselvoorziening en beperkt de mogelijkheden voor verduurzaming van de landbouwproductie. Het programma vormt de Nederlandse bijdrage aan de internationale samenwerking gericht op ex situ behoud en duurzaam gebruik van plantaardige en dierlijke genetische bronnen. Deze bijdrage bestaat uit beleidsondersteuning, en het behouden en stimuleren van het gebruik van ex situ collecties vangewassen, landbouwhusdieren en bomen. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met buitenlandse partners en is gebaseerd op de Nederlandse verplichtingen voortvloeiend uit het Verdrag inzake Biologische Diversiteit en de International Treaty on Plant Genetic Resources for Food and Agriculture. Het CGN beheert collecties van de volgende gewassen en landbouwhuisdieren:
sla, spinazie, kool, ui, prei, tomaat, peper, aubergine, komkommer, aardappel, tarwe, gerst, haver, mais, veldboon, erwt, lupine, klaver, vlas, grassoorten, appel en lelie;
rund (Fries Roodbont, Lakenvelder, Brandrode, Groninger Blaarkop, Maas Rijn IJssel, Fries Hollands, Holstein Friesian), paard (Gelders paard, Groninger paard, Nederlands trekpaard), varken (diverse (basis)lijnen van commerciële varkensfokkerijgroeperingen), schaap (Schoonbeker, Drents heideschaap, Veluws heideschaap, Kempisch heideschaap, Mergellandschaap), en pluimvee (Barnevelder, Drents hoen, Hollandse kriel, Twents hoen, Nederlandse Uilebaard, Welsumer, Brabanter, Fries Hoen, Kraaikop, Lakenvelder en Nederlandse Baardkuifhoen.)
De gewas collecties betreffen in totaal ruim 23.000 verschillende genetische monsters, terwijl bij de dierlijke collecties sprake is van een groot aantal monsters van ruim 50 verschillende rassen. Veel aandacht wordt besteed aan het verkrijgen van informatie over het collectiemateriaal, en aan het beschikbaar stellen van deze informatie via internet. Zowel uiterlijk en eigenschappen als moleculair-genetische kenmerken worden hiertoe geanalyseerd. Het programma deel gericht op de conservering van plantaardig materiaal heeft een uitgebreid Engelstalig deel over haar aanpak en materiaal binnen deze web-site.
Het CGN beheert tevens dierlijke collecties van zes landbouwhuisdiersoorten (rund, varken, schaap, geit, pluimvee en paard) waarin meer dan 100.000 doses van 40 rassen en lijnen van Nederlandse oorsprong zijn opgenomen. Deze dierlijke collecties worden verder uitgebouwd. Verdere informatie over deze collecties is te vinden op het Dierlijke Genetische Bronnen gedeelte van deze website
Tenslotte werkt het CGN nauw samen met Staatsbosbeheer in het beheer, waarneming, bemonstering en documentatie van levende ex situ colecties van bomen, meer dan 3500 accessies van 50 soorten die op 400 locaties verzameld zijn.